U bevindt zich op: Home Over de Algemene Rekenkamer Het gebouw

Het gebouw

Aan het uiterlijk van de zestiende-eeuwse voorgevel op het Lange Voorhout mocht bij de nieuwbouw niets veranderen. Het eeuwenoude stadsbeeld moest intact blijven. De kleurrijke gevel van de nieuwbouw is dan ook nauwelijks zichtbaar vanaf het Lange Voorhout.

Een historische locatie

In de veertiende eeuw stond aan het Lange Voorhout 8 een woonhuis. De graaf van Holland schonk het pand rond 1404 aan de orde der Dominicanen, die er een klooster stichtte. In 1574 moesten de monniken het klooster verlaten nadat het in handen was gevallen van opstandelingen. De Kloosterkerk en de 80 cm dikke oude kloostermuur - die tijdens de nieuwbouw in de jaren negentig werden ontdekt - zijn het enige dat nog van het klooster rest. Na deze periode hebben de panden verschillende functies gehad, onder meer als kogelgieterij en magazijn voor geneesmiddelen.

Sinds 1868 is het pand aan het Lange Voorhout 8 de permanente huisvesting van de Algemene Rekenkamer. Hiervoor was een grote verbouwing nodig. De Kleine Kazernestraat werd met twee meter verbreed, waardoor de voorgevel aan die zijde één van de ramen verloor. Deze aanhechting is nog steeds te zien. In 1884 is het gebouw uitgebreid met het Grootboekgebouw, dat voornamelijk dienst deed als archiefruimte. In deze ruimte werden de duplicaten van de Grootboeken der Nationale Schuld bewaard. In de grootboeken werd de hoofdboekhouding van de Staat der Nederlanden bijgehouden en gecontroleerd.

In 1990 bestond het pand van de Algemene Rekenkamer uit verschillende slecht op elkaar aansluitende oude gebouwen. Bovendien was sprake van een werkomgeving die niet meer aansloot bij de moderne eisen. Achter de oude voorgevel kwam een nieuw pand.

Omhoog

Kleurrijke nieuwbouw

De nieuwbouw werd in 1997 in gebruik genomen en slingert met zijn geknikte gevel langs de bestaande bebouwing. De hoogte van het gebouw varieert, evenals die van de omliggende bebouwing. Het karakteristieke negentiende-eeuwse Grootboekgebouw met het torentje bleef intact. Van Eyck vond in dit torentje de oorsprong van de ‘vrije vorm’ van zijn ontwerp.

Uit de gevel blijkt dat de nieuwbouw geen standaardkantoor betreft. Op de gevel zijn tegelpatronen in zestien kleuren verwerkt. Kunstschilder Jaap Hillenius maakte het ontwerp voor de kleurstroken.

De kleurrijke architectuur van de buitenzijde sluit goed aan op het interieur. De bibliotheek is het middelpunt van de nieuwbouw en verbindt de drie delen waaruit de nieuwbouw is opgebouwd. De trappenhuizen in deze cirkelvormige gedeeltes van het gebouw zijn rond en van bovenaf valt het daglicht naar binnen. De gangen noemde Van Eyck ‘binnenstraten’. Deze draaien in een wisselende breedte langs de kamers en in cirkels rondom de trappenhuizen en ellipsvormige vergaderzalen. De kamers hebben vaak meer dan vier wanden. Het licht valt van meerdere kanten binnen. Geen verdieping in het pand is hetzelfde.

Omhoog

Over de architect

Aldo van Eyck werd bekend door de bouw van het Burgerweeshuis in Amsterdam aan het eind van de jaren vijftig. Later realiseerde hij samen met zijn vrouw Hannie van Eyck-van Rooijen onder meer het Hubertushuis in Amsterdam (1987), de gebouwen van Estec bij Noordwijk (1989), de Molukse kerk in Deventer (1992) en het kantorencomplex Tripolis in Amsterdam (1994).

Omhoog

Meer informatie

 

Volledige versie