U bevindt zich op: Home Publicaties Dossiers Europese Unie Toezicht begrotingstekort EU-lidstaten

Wordt er goed toezicht gehouden op het begrotingstekort van de EU-lidstaten?

Sinds 1997 geldt in de EU een afspraak over het maximale begrotingstekort en de maximale staatsschuld van de lidstaten. Het is belangrijk dat lidstaten zich daaraan houden en dat daar goed toezicht op wordt gehouden. De situatie in Griekenland laat zien wat er anders kan gebeuren.

Het begrotingstekort van EU-lidstaten mag niet hoger zijn dan 3% van hun bruto binnenlands product (bbp). Het was voor sommige lidstaten moeilijk om aan deze norm te voldoen. Al in het eerste jaar na de introductie van de euro, in 2003, ging het mis: Frankrijk en Duitsland hielden zich enkele jaren lang niet aan de norm. Er volgden meer landen die de begrotingsregels overtraden, waaronder Griekenland, Ierland, Portugal, Spanje en Italië, België, Nederland, Frankrijk en Oostenrijk.

Werking Europees toezichtbeleid bij te hoog begrotingstekort 

Aan EU-landen die zich niet aan de afspraken over het maximale begrotingstekort houden, zijn tot nu toe geen boetes opgelegd. Er zijn alleen een paar waarschuwingen gegeven. Dat komt naar voren uit ons onderzoek ‘Europees economisch bestuur’ van 2014. Daarin constateren we dat het door de vele regels en procedures niet altijd duidelijk is waaraan lidstaten nu precies moeten voldoen. De Europese regels voor de begrotingen van de lidstaten zijn zodoende tussen 1997 en 2012 niet volledig en consequent toegepast.

Aanscherping toezicht op begrotingstekort EU-landen

Landen als Duitsland en Nederland riepen bij het begin van de financiële crisis om maatregelen tegen lidstaten die zich niet aan de begrotingsregels hielden. In 2011 en 2012 werd daarop in de EU nieuw beleid aangenomen. Hierdoor zijn de regels over begrotingsdiscipline aangescherpt. Ook is er meer toezicht gekomen op de economische ontwikkelingen in de lidstaten. Nu en in de komende jaren moeten deze regels zich gaan bewijzen.

 

Volledige versie