U bevindt zich op: Home Publicaties Onderzoeksrapporten 2016 05 Energielabel voor koopwoningen

Energielabel voor koopwoningen

Rapport behorend bij verantwoordingsonderzoek naar begrotingshoofdstuk XVIII

Sinds 2015 is er een nieuw energielabel voor koopwoningen. Het label toont hoe energiezuinig een woning is. Huiseigenaren moeten het bij verkoop van hun woning overhandigen aan kopers. De gedachte is dat dit leidt tot meer energiezuinige woningen. Gebeurt dat ook? En is het energielabel betrouwbaar?

Energielabel voor koopwoningen PDF, 772 kB


Conclusies

De betrouwbaarheid van het nieuwe energielabel is onvoldoende gewaarborgd en de effectiviteit ervan is vooralsnog gering. Deze conclusie is gestoeld op de volgende uitkomsten van ons onderzoek.

Betrouwbaarheid energielabel onvoldoende gewaarborgd

Het toetsingssysteem van het oude energielabel, dat in 2008 werd ingevoerd, werkte als volgt: een huiseigenaar vroeg een energielabel aan. Een erkend deskundige voerde in de woning een fysieke controle uit aan de hand van 150 toetspunten. Op grond van de toetsing werd een label uit de reeks A (‘zeer energiezuinig’) tot en met G (‘zeer onzuinig’) toegekend.

In het nieuwe systeem van energielabels worden woningen op afstand getoetst. Dit gebeurt aan de hand van nog maar tien toetspunten. De woningeigenaar moet nu zelf aangeven welke maatregelen er in de woning zijn getroffen. Hij/zij moet voor bepaalde maatregelen digitaal bewijsmateriaal aanleveren, zoals foto’s en facturen. Het dossier wordt digitaal verstuurd naar een erkend deskundige, die het dossier en het bewijsmateriaal controleert.
Deze controle-op-afstand gaat in de praktijk niet altijd goed. Ondeugdelijk bewijsmateriaal wordt in 14% van de gevallen tóch goedgekeurd en toezicht op de controle ontbreekt. Dit betekent dat de juistheid van het afgegeven label sterk afhankelijk is van de oprechtheid van de woningeigenaar. Een en ander levert in de praktijk risico’s op voor de betrouwbaarheid van het label. Het toegekende energielabel kan afwijken van het energielabel dat een woning eigenlijk verdient.

Effect energielabel vooralsnog gering

Uit een enquête die wij onder huiseigenaren hebben gehouden blijkt dat het effect van het nieuwe energielabel vooralsnog gering is: het label biedt huiseigenaren weinig inzicht in de energiezuinigheid van een woning. En het label zet huiseigenaren niet aan tot het treffen van extra energiebesparende maatregelen.


Aanbevelingen

Wij bevelen de minister voor Wonen en Rijksdienst (WenR) aan om maatregelen te treffen waarmee de betrouwbaarheid van het energielabel wordt verbeterd. Dit kan bijvoorbeeld door:

  • meer dan tien toetspunten te kiezen;
  • het aantal maatregelen waarvoor woningeigenaren bewijsmateriaal moeten  aanleveren te vergroten; en
  • beter toezicht te houden op de afgegeven energielabels en de onderliggende bewijzen.

Reactie minister voor WenR

De minister voor WenR deelt onze constatering dat de betrouwbaarheid van het energielabel kan worden verbeterd. De minister tekent wel aan dat het vergroten van het aantal toetspunten of het aantal bewijzen dat moet worden overgelegd door woningeigenaren, hogere administratieve lasten en ontwikkelingskosten met zich zal meebrengen.
In ons nawoord merken wij hierover op dat wij de afweging tussen de hoogte van de lasten en de betrouwbaarheid van het energielabel beschouwen als een zaak tussen minister en parlement.

Over het toezicht geeft de minister aan dat de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) naar verwachting in mei 2016 met de controles op erkend deskundigen gaat beginnen.

De minister onderkent het belang van het monitoren van de effecten van het energielabel. Hij zegt toe om in 2017 een vervolgonderzoek naar de effecten en de achterliggende redenen te laten uitvoeren.

Meer informatie

Stand van zaken

 

Volledige versie