U bevindt zich op: Home Publicaties Onderzoeksrapporten 2016 05

Resultaten verantwoordingsonderzoek 2015 bij Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

De Algemene Rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar het Jaarverslag 2015 en de bedrijfsvoering van het Ministerie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

Resultaten verantwoordingsonderzoek 2015 bij Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking PDF, 5533 kB


Onze conclusies

Dutch Good Growth Fund: goed opgezet

Voor de oprichting van het Dutch Good Growth Fund (DGGF) heeft de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS) een uitgebreide voorstudie gedaan. Wij constateren dat de minister bij de opzet en inrichting van het DGGF de lessen en ervaringen van andere revolverende fondsen heeft meegenomen. Het is echter nog te vroeg om te oordelen of het DGGF revolverend is, d.w.z. of de opbrengsten daadwerkelijk terugvloeien in het fonds om nieuwe investeringen mee te kunnen doen.

Alhoewel het DGGF goed is opgezet, zien wij een spanningsveld tussen het revolverende karakter van het fonds aan de ene kant en het streven naar duurzame en inclusieve groei via ontwikkelingsrelevante investeringen van het mkb aan de andere kant. Om revolverend te kunnen zijn moet het DGGF financieringsrisico’s spreiden over veel verschillende bedrijven, sectoren en landen. Spreiding is ook wat het bedrijfsleven graag wil, omdat er door spreiding gevarieerdere kansen en veel keuzemogelijkheden ontstaan. De voorwaarden voor het selecteren van goede projecten om ontwikkelingsrelevante investeringen mee te doen, beperken echter de keuzemogelijkheden. Dat staat op gespannen voet met risicospreiding en kan leiden tot risicomijdend gedrag bij fondsmanagers, die dan kiezen voor revolverendheid boven ontwikkelingsrelevante investeringen.

Bedrijfsleven als partner in ontwikkelingssamenwerking

Het DGGF is een van de instrumenten die de minister voor BHOS inzet voor handelsbevordering in combinatie met ontwikkelingssamenwerking, gericht op het mkb in 68 lage- en middeninkomenslanden . De minister heeft in 2015 € 2,9 miljard uitgegeven via verschillende financieringskanalen, zoals de ambassades, het maatschappelijk kanaal, multilaterale instellingen als de Verenigde Naties en ook het bedrijfsleven.

Zoals gebruikelijk ontsluit de minister de uitgaven als open data, zie de websites over begrotingshoofdstuk XVII BHOS en RVO open data.

De minister voor BHOS is een van de voorlopers in het beschikbaar stellen van open data. Dat blijkt uit ons Trendrapport Open data uit 2016.

Sinds 2012 richt de minister zich via een nieuwe agenda voor handelsbevordering en ontwikkelingssamenwerking op armoedebestrijding, duurzame groei en het succes van het Nederlandse bedrijfsleven in het buitenland. Dat betekent ook het realiseren van economische groei in ontwikkelingslanden. De minister ziet het bedrijfsleven als een partner voor haar plannen: ze wil dat de rol van de private sector in de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking gaat groeien. Op die manier kunnen de activiteiten in ontwikkelingslanden gericht op buitenlandse handel en investeringen aan de ene kant en op armoedebestrijding aan de andere kant elkaar versterken. In maart 2016 hebben wij een onderzoek gepubliceerd naar het financieringskanaal bedrijfsleven.

Het DGGF bestaat sinds 1 juli 2014 en heeft een totaalbudget van € 700 miljoen. Het fonds ondersteunt bedrijven die actief willen worden in lage- en middeninkomenslanden. Het is bedoeld voor ontwikkelingsrelevante investeringen die duurzame en inclusieve groei ondersteunen: d.w.z. investeringen die bijdragen aan werkgelegenheid, productiekracht en kennisoverdracht in of naar lage- en middeninkomenslanden. De minister kiest met het DGGF voor een zakelijke benadering van ontwikkelingssamenwerking. Het fonds geeft namelijk geen subsidies, maar leningen en financieringen, en moet revolveren. Het fonds vervangt enkele subsidieprogramma’s aan het bedrijfsleven, zoals Private Sector Investeringsprogramma (PSI), Faciliteit Opkomende Markten-OS variant (FOM-OS). De minister financiert het DGGF via de ruimte die ontstaat door de stroomlijning van de bestaande subsidies (zoals stopzetting PSI) voor het bedrijfsleven.

De komende jaren zal blijken of het DGGF zowel revolverend is als ontwikkelingsrelevante investeringen oplevert. Wij zullen de resultaten van dit fonds met belangstelling blijven volgen. 

Aanbevelingen

We bevelen de minister aan om ervoor te zorgen dat de fondsmanagers voldoende tijd krijgen om goede projecten te selecteren en aan de voorwaarden te voldoen. Tegelijk moet de minister grote terughoudendheid betrachten met budgettaire druk om gelden op tijd weg te zetten, omdat het DGGF voldoende tijd moet krijgen om te kunnen revolveren en zich te bewijzen. Zo creëert de minister de condities waaronder fondsmanagers de voorwaarden echt serieus kunnen nemen en projecten goed kunnen selecteren.

In het rapport werken wij bovenstaande conclusies verder uit:

  • Beleidsresultaten: hier vindt u conclusies over onderzoek naar het Dutch Good Growth Fund.
  • Bedrijfsvoering: evenals vorig jaar zijn er geen onvolkomenheden in de bedrijfsvoering.
  • Financiële informatie: we zijn van oordeel dat de financiële informatie rechtmatig en getrouw is. 
  • Reactie van de minister. De minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS) heeft op 30 april 2016 gereageerd op ons conceptrapport.

Stand van zaken

 

Volledige versie