U bevindt zich op: Home Publicaties Onderzoeksrapporten 2017 01 Inburgering

Inburgering

Eerste resultaten van de Wet inburgering 2013

Een belangrijk uitgangspunt van de Wet inburgering 2013 is dat de inburgeraar zelf verantwoordelijk is voor zijn inburgeringstraject. Bovendien streeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) met de wet een bezuiniging na van structureel € 333 miljoen vanaf 2014. In ons rapport Inburgering presenteren we de eerste resultaten van deze wet.

Inburgering PDF, 4577 kB


Conclusies

In ons onderzoek komen we wat de eerste resultaten van de Wet inburgering 2013 betreft tot de volgende conclusies:

  • De bezuiniging onder de Wi2013 is doorgevoerd zonder vooraf de mogelijke gevolgen in de praktijk na te gaan. Het inzicht in uitgaven aan leningen, terugbetalingen en kwijtscheldingen in begroting en jaarverslag is beperkt.
  • De eigen verantwoordelijkheid als basis van het inburgeringsbeleid is vooraf niet goed onderbouwd en werkt onvoldoende in de praktijk. Het merendeel van de inburgeraars heeft ondersteuning nodig bij de start van een inburgeringstraject. Beperkingen in de informatievoorziening aan inburgeraars versterken dit.
  • De beperkte transparantie op de cursusmarkt belemmert inburgeraars om een passend traject te kiezen. De kwaliteit van een inburgeringscursus wordt niet getoetst.
  • Onder de Wi2013 slaagt men minder vaak binnen de wettelijke termijn, dan onder de Wi2007. Het is niet duidelijk of sancties een effectieve werking hebben. De verblijfsrechtelijke sanctie is in de praktijk nauwelijks uitvoerbaar.
  • Duale trajecten zijn met de Wi2013 nauwelijks gestimuleerd en er zijn belemmeringen in de toepassing ervan. Het huidige beleid stimuleert inburgeraars onvoldoende om op het hoogst haalbare niveau examen te doen. Dit verkleint mogelijk de kans op participatie.
  • Het is voor een goede evaluatie van de effecten van het beleid belangrijk dat de minister zicht heeft op het opleidingsniveau van inburgeraars, hoe zij zich voorbereiden op hun examen én op de mate waarin inburgeraars participeren in de samenleving. Bovendien zijn er migranten die onder het voorgaande stelsel vallen en die nog niet aan de plicht hebben voldaan.

Aanbevelingen

Op 11 oktober en 28 november 2016 informeerde de minister van SZW de Tweede Kamer over aanpassingen in het inburgeringsbeleid. De constateringen die de minister doet en de aanpassingen die hij vervolgens aankondigt komen overeen met de conclusies van ons onderzoek. We zien desondanks ruimte voor verbetering. We doen de minister de volgende aanbevelingen:

  • Verwerk informatie over leningen, kwijtscheldingen en terugbetalingen structureel in de begroting en het jaarverslag. Zo ontstaat meer inzicht in de uitgaven aan het inburgeringsbeleid.
  • Maak aan gemeenten ook informatie op het niveau van individuele inburgeraars toegankelijk, bijvoorbeeld als het gaat om inburgeringsactiviteiten (volgen van een cursus, deelname aan examens). Alleen dan kunnen gemeenten een advies op maat leveren, wat bijdraagt aan een snelle start met inburgering.
  • Leg de relatie tussen kwaliteit, prijs en duur van trajecten en verschillende aanbieders, zodat het voor inburgeraars transparant is of verschillen in prijs en duur van het traject in verhouding staan tot de geboden kwaliteit.
  • Neem belemmeringen weg bij duale trajecten, zodat inburgeraars ook tijdens hun mbo-opleiding op niveau 2 of hoger gebruik kunnen maken van de DUO-lening om de noodzakelijke extra taallessen te bekostigen, en dat het volgen van een opleiding op mbo 2-niveau of hoger een geldige grond is voor verlenging van de inburgeringstermijn.
  • Registreer informatie over het opleidingsniveau en de wijze van voorbereiding op het examen. Maak deze informatie sluitend door daarbij ook de mate van participatie van geslaagden te betrekken (zowel voor het huidige, als het voorgaande stelsel).

Tot slot geldt dat de uitvoeringspraktijk tijd en rust gegund moet worden om het inburgeringsbeleid effectief en efficiënt uit te kunnen voeren.


Reactie

De minister van SZW verwijst in zijn reactie op de verbetermaatregelen die hij eind 2016 heeft aangekondigd. Deze komen volgens de minister grotendeels overeen met onze conclusies. Bovendien actualiseert de minister de slagingspercentages voor het gehele cohort inburgeraars 2013 per 1 januari 2017. Verder doet de minister de volgende toezeggingen:

  • De minister neemt onze aanbeveling over om het parlement te informeren over leningen, kwijtscheldingen en terugbetalingen. Dit gebeurt per begroting 2018.
  • De minister gaat voor enkele specifieke doelgroepen na welke aanvullende ondersteuning bij het inburgeringstraject nodig is. De conclusies uit drie lopende trajecten zal hij aan het parlement rapporteren en bespreken met betrokken overheden en instanties. Hij gaat echter niet expliciet in op het toegankelijk maken van informatie over individuele inburgeraars aan gemeenten.
  • De minister neemt onze aanbeveling om meer inzicht te bieden in kwaliteit, prijs en duur van inburgeringstrajecten deels over. De stichting Blik op Werk stelt een richtlijn op waarin meer informatie wordt verschaft over onder andere prijzen en groepsgrootte van verschillende cursusaanbieders. Ook is in de handleiding 2017 opgenomen dat de keurmerkhouders op hun eigen pagina op de website van Blik op Werk aangeven waarin zij zich onderscheiden van andere taalaanbieders. Verder zet hij in op meer toezicht op de kwaliteit van inburgeringscursussen.
  • De minister neemt de aanbeveling over om de belemmeringen in duale trajecten tegen te gaan. Hij maakt het mogelijk de lening aan te wenden voor zowel een traject inburgering, als een traject Nederlands als Tweede Taal. Bovendien wijzigt hij de Regeling inburgering, zodat een opleiding een geldige grond is voor verlenging van de inburgeringstermijn.
  • De minister onderschrijft het belang van meer inzicht in het opleidingsniveau van inburgeringsplichtigen. Hij zal in de evaluatie bezien welke mogelijkheden er zijn om dit te registreren en de wenselijkheid afwegen tegen de belangen van privacy en de kosten. Hij gaat echter niet in op de benodigde gegevens over hoe inburgeraars zich voorbereiden op het examen en over de participatie van inburgeraars.

Stand van zaken

 

Volledige versie