U bevindt zich op: Home Publicaties Onderzoeksrapporten 2017 05 Verantwoordingsonderzoek 2016

Resultaten verantwoordingsonderzoek 2016 bij het Ministerie van Economische Zaken en Diergezondheidsfonds

De Algemene Rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar het Jaarverslag 2016 en de bedrijfsvoering van het Ministerie van Economische Zaken en Diergezondheidsfonds.

Resultaten verantwoordingsonderzoek 2016 bij het Ministerie van Economische Zaken en Diergezondheidsfonds PDF, 1119 kB


Onze conclusies

Het werkveld van het Ministerie van Economische Zaken (EZ) omvat de terreinen ondernemerschap en innovatie, energie, landbouw en natuur en het groen onderwijs. Het beheer van het Diergezondheidsfonds is ook een verantwoordelijkheid van het ministerie. Uit het fonds worden maatregelen bekostigd voor de bewaking en bestrijding van bepaalde dierziekten en het voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen bij dieren. Het Ministerie van EZ heeft de bedrijfsvoering grotendeels op orde maar de informatiebeveiliging van het kerndepartement verdient op onderdelen verbetering.

Het beleid van het ministerie wordt voor een belangrijk deel uitgevoerd door twee grote agentschappen: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). RVO.nl richt zich vooral op de uitvoering van regelingen en het verstrekken van subsidies. De NVWA bewaakt de veiligheid van voedsel en consumentenproducten, de gezondheid van dieren en planten en het dierenwelzijn, en handhaaft de natuurwetgeving. Op het functioneren van de NVWA is de afgelopen jaren veel kritiek geweest. Een veelomvattend meerjarig verbeterplan moet daaraan tegemoet komen.

Beide agentschappen zijn ontstaan uit fusies en hebben de afgelopen jaren veel energie gestoken in de interne organisatie. Dat heeft zich vertaald in een betere bedrijfsvoering en het opheffen van onvolkomenheden in 2015 (RVO.nl) en 2016 (NVWA).

Hierna bespreken wij de belangrijkste ontwikkelingen in de bedrijfsvoering. Ook staan wij stil bij de baten uit aardgaswinning, omdat die voor het belangrijkste deel worden verantwoord in het jaarverslag van het Ministerie van EZ.

Verbetertrajecten bij NVWA

De NVWA houdt toezicht op de naleving van regelgeving voor voedsel- en productveiligheid, dierenwelzijn en een aantal verwante terreinen. Op de invulling van die taken is de afgelopen jaren veel kritiek geweest. Dat vond zijn oorzaak in zowel een tekort aan middelen, als in de interne organisatie. Inmiddels wordt langs diverse sporen gewerkt aan verbeteringen en is het budget structureel verhoogd. Een grote reorganisatie en betere ICT-ondersteuning van het toezicht moeten de komende jaren bijdragen aan een beter functioneren en effectiever toezicht. In 2016 is hard gewerkt aan het op orde brengen van het inkoopbeheer. Door intensieve interne controlemaatregelen en diverse procesverbeteringen is het aantal fouten teruggedrongen.

Vereenvoudiging aansturing agentschappen

Het Ministerie van EZ is per 1 januari 2017 bij RVO.nl gestart met een pilot voor de vereenvoudiging van de aansturing van de agentschappen van het ministerie. Deze vereenvoudiging houdt in dat een belangrijk deel van de uitvoeringsopdrachten aan de agentschappen meerjarig zal worden verstrekt en dat het ministerie meerjarige tarieven vaststelt voor de uitvoeringskosten. De opdrachten worden dan uitgevoerd voor een vast bedrag, een ‘lumpsum’, waarbij niet meer wordt afgerekend op basis van nacalculatie. Als het agentschap doelmatiger werkt en in minder uren de meerjarige opdracht weet te realiseren, ontvangt het toch het afgesproken bedrag. Andersom moet het agentschap de tegenvallers op een (meerjarige) opdracht zelf opvangen.

Informatiebeveiliging vergt verbetering

Een goed functionerende informatievoorziening is cruciaal voor een moderne overheid, zowel voor de interne processen als in de relatie tot burgers en de politiek. Om de informatievoorziening op orde te houden moet het ministerie beschikken over toereikende processen om er voor te zorgen dat de informatiesystemen toereikend beveiligd zijn en blijven. Bij het Ministerie van EZ vergt de inrichting van die processen aandacht. Wij vinden het belangrijk dat de processen zodanig zijn ingericht dat op centraal niveau voldoende informatie aanwezig is om ook decentrale organisatiedelen op dit punt te kunnen (bij)sturen. Het Ministerie van EZ heeft ervoor gekozen om veel verantwoordelijk­heden te beleggen bij de agentschappen. Hierbij is onvoldoende gewaarborgd dat er ook op centraal niveau genoeg informatie beschikbaar is.

Aardgasbaten lopen sterk terug

De inkomsten uit aardgasbaten vertonen meerjarig een dalende trend: van circa € 13,3 miljard in 2013 tot circa € 1,9 miljard in 2016 (exclusief vennootschapsbelasting). Dit komt enerzijds door de verlaging van het gaswinningsplafond voor het Groningerveld en een lagere gasprijs en anderzijds door de kosten die de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) maakt voor de compensatie van aardbevingsrisico’s. In hoofdstuk 3 lichten wij dit verder toe.

Verder in het rapport

In het rapport werken wij bovenstaande conclusies verder uit:

  • Financiële informatie: hierin geven wij ons oordeel over de financiële informatie in het Jaarverslag 2016 van het Ministerie van EZ en het Diergezondheidsfonds. Wij hebben vastgesteld dat de weergegeven informatie rechtmatig en deugde­lijk is en dat onze tolerantiegrenzen niet zijn overschreden, met uitzondering van één overschrijding bij het Diergezondheidsfonds. In dit hoofdstuk beschrijven we ook uit welke geldstromen de aardgasbaten zijn opgebouwd en hoe de geldstromen lopen voor de afwikkeling en preventie van bevingsschade door aardgaswinning.
  • Bedrijfsvoering: hierin geven wij ons oordeel over de informatiebeveiliging en het inkoopbeheer bij de NVWA en beschrijven wij de belangrijkste ontwikkelingen in de bedrijfsvoering van het departement. Wij hebben over 2016 een onvolkomenheid geconstateerd in de informatiebeveiliging. Vorig jaar was er ook sprake van één onvolkomenheid, het inkoopbeheer van de NVWA, maar die is dit jaar opgeheven.
  • Beleidsresultaten: hierin bespreken wij de conclusies uit ons onderzoek naar de beleidsdoorlichting van artikel 11 ‘Goed functionerende economie en mark­ten’. Ook geven wij ons oordeel over de totstandkoming van de informatie die in het Jaarverslag 2016 van het Ministerie van EZ is opgenomen over het gevoerde beleid.
  • Reactie van de minister en nawoord Algemene Rekenkamer: hierin geven wij de reactie weer die wij op 1 mei 2017 ontvingen van de minister van EZ. 
 

Volledige versie