Coronarekening juni 2020
Publiek geld vraagt om publieke verantwoording
Met de steunmaatregelen in verband met de coronacrisis wordt in 2020 aan verschillende doelen, op onderscheiden manieren veel publiek geld uitgegeven of anderszins verplichtingen aangegaan. Daarnaast zorgen deze crisis en steunmaatregelen zeer waarschijnlijk voor een meerjarige afname van de ontvangsten van de rijksoverheid. Over de financiële gevolgen en bereikte resultaten in het jaar 2020 legt het kabinet in mei 2021 met de jaarverslagen verantwoording af. De Algemene Rekenkamer controleert de jaarverslagen en houdt net als bij de kredietcrisis van de jaren 2008-2011 de publieke verantwoording van de steunmaatregelen in de gaten.
Gevolgen coronacrisis in kaart
Het kabinet heeft vanaf maart 2020 verschillende steunmaatregelen ingezet om de gevolgen van de coronacrisis te ondervangen. Met deze monitor brengen we in kaart welke maatregelen door het kabinet zijn getroffen, voor wie ze zijn bedoeld, door wie ze worden uitgevoerd en wat bekend is over de resultaten ervan. Deze pagina biedt een overzicht op hoofdlijnen van de maatregelen. Via het bijbehorende dashboard kunt u nadere informatie vinden over specifieke maatregelen en de bijbehorende begrotingshoofdstukken. De monitor zal regelmatig ververst en uitgebreid worden.
Op deze pagina gaan we in op:
- De top 10 aan maatregelen met de grootste uitgaven
- De doelgroepen van de maatregelen
- De financiële instrumenten
- De uitvoerende organisaties
*wordt in de loop van juli gepubliceerd.
De steunmaatregelen
In de eerste weken van de corona-pandemie heeft het kabinet vooral ingezet op maatregelen voor de zorgsector en het verzorgen van noodhulp. Vrij snel daarna heeft het kabinet met bijvoorbeeld het Noodpakket banen en economie maatregelen op sociaaleconomisch gebied getroffen. Deze maatregelen bestaan onder meer uit subsidies, inkomensoverdrachten en garanties. In sommige gevallen is daarmee ook sprake van door de Europese Commissie toegestane staatssteun. Het kabinet heeft ook diverse fiscale maatregelen genomen. Deze maatregelen zijn vooral bedoeld voor bedrijven. Hiermee worden ook de banen en inkomens van hun werknemers beschermd. Naast deze generieke maatregelen zijn er specifieke maatregelen getroffen voor de culturele sector, de agrarische sector en medeoverheden. Het Noodpakket banen en economie liep eerst van maart tot en met mei, maar is met aangepaste voorwaarden verlengd tot en met eind september 2020.
In totaal gaat het per 28 juni 2020 om 136 maatregelen en om een bedrag van € 42,9 miljard. Het grootste deel van dit bedrag wordt besteed aan steunmaatregelen voor ondernemers, zoals de NOW, Tozo en TOGS. Daarnaast worden enkele specifieke sectoren of bedrijven gesteund.
Uitgaven aan maatregelen (top 10)
Maatregel | Bedrag |
---|---|
NOW v2 (Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid) | 12,7 |
NOW (Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid) | 9,5 |
Tozo (Tijdelijke overbruggingsregeling ondernemers) | 3,8 |
TOGS (Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19) | 1,6 |
Tozo v2.0 (Tijdelijke overbruggingsregeling ondernemers) | 1,5 |
Herverzekering leverancierskredieten | 1,4 |
Tegemoetkoming vaste lasten | 1,4 |
Beschikbaarheidsvergoeding voor het openbaar vervoer | 1,3 |
Garantie Ondernemingsfinanciering coronamodule | 1,0 |
Steunmaatregelen Air France - KLM | 1,0 |
Hier lichten we enkele belangrijke steunmaatregelen toe
Bedragen per doelgroep
Het grootste deel van de steunmaatregelen komt terecht bij bedrijven. De kosten van de directe (medische) noodhulp, bijvoorbeeld het aanschaffen van medische hulpmiddelen, zijn naar verhouding een stuk lager. Omdat steunmaatregelen van de rijksoverheid ook gevolgen hebben voor medeoverheden, worden deze financieel ondersteund of gecompenseerd voor de extra kosten die worden gemaakt of voor gemiste inkomsten. Voor de uitvoering van de NOW en de TOGS ontvangen UWV en RVO extra geld. Daarnaast ontvangen verschillende specifieke sectoren zoals het openbaar vervoer en sportverenigingen financiële tegemoetkomingen. In een beperkt aantal gevallen ontvangen individuele grote ondernemingen steun.
Bedrag per doelgroep (top 10)
Doelgroep | Bedrag |
---|---|
Bedrijven | 34,8 |
Zorg | 1,5 |
Openbaar vervoer | 1,3 |
Landbouwers | 1,2 |
Onbekend | 1,1 |
Uitvoering | 0,6 |
Medeoverheden | 0,6 |
Ouders | 0,3 |
Instellingen in de culturele en creatieve sector | 0,3 |
Studenten en leerlingen | 0,3 |
Per begrotingshoofdstuk
De ministers van Financiën, VWS, OCW, SZW en EZK treffen de meeste maatregelen. Het grootste deel van de extra uitgaven wordt gedaan via de begroting van het Ministerie van SZW. Dit komt voornamelijk door de NOW-maatregel.
Aantal maatregelen per begrotingshoofdstuk
Begrotingshoofdstuk | Aantal maatregelen |
---|---|
Financiën en Nationale Schuld | 34 |
Volksgezondheid, Welzijn en Sport | 30 |
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | 20 |
Sociale Zaken en Werkgelegenheid | 17 |
Economische Zaken en Klimaat | 17 |
Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit | 10 |
Infrastructuur en Waterstaat | 7 |
Gemeentefonds | 4 |
Buitenlandse Zaken | 2 |
Binnenlandse Zaken | 1 |
Justitie en Veiligheid | 1 |
Bedrag per begrotingshoofdstuk
Begrotingshoofdstuk | Bedrag |
---|---|
Sociale Zaken en Werkgelegenheid | 28,7 |
Economische Zaken en Klimaat | 4,9 |
Volksgezondheid, Welzijn en Sport | 2,9 |
Financiën en Nationale Schuld | 2,7 |
Infrastructuur en Waterstaat | 1,3 |
Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit | 1,2 |
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | 0,7 |
Gemeentefonds | 0,5 |
Binnenlandse Zaken | 0,1 |
Buitenlandse Zaken | 0,1 |
Justitie en Veiligheid | 0 |
Per instrument
Door het kabinet worden verschillende financiële instrumenten ingezet om getroffen partijen te ondersteunen. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld directe financiële steun in de vorm van subsidies, maar ook om leningen en garantstellingen. De gekozen financiële instrumenten brengen bepaalde eisen met zich mee ten aanzien van de besteding en de wijze waarop de minister verantwoording moet afleggen. Maatregelen kennen daarnaast ook een bepaalde looptijd of er worden door het rijk voorwaarden gesteld.
In een aantal gevallen is ook sprake van door de Europese Commissie toegestane tijdelijke staatssteun. Voor Nederland gaat het om onder meer de NOW.
Aantal maatregelen per financieel instrument
Instrument | Aantal maatregelen |
---|---|
Subsidie | 32 |
Fiscaal | 31 |
Garanties | 14 |
Opdrachten | 11 |
Bijdrage aan medeoverheden | 10 |
Bekostiging | 8 |
Bijdrage aan agentschappen | 7 |
Bijdrage aan zbo of rwt | 5 |
Inkomensoverdrachten | 4 |
Leningen | 4 |
Onbekend | 3 |
Overige beleidsuitgaven | 3 |
Apparaatsuitgaven | 1 |
Bijdrage internationale organisatie | 1 |
Bijdrage waarborgfonds | 1 |
Investering | 1 |
Ontvangsten | 1 |
Uitvoering | 1 |
Bedrag per financieel instrument
Instrument | Bedrag |
---|---|
Subsidie | 26,9 |
Inkomensoverdrachten | 5,8 |
Garanties | 3,2 |
Opdrachten | 2,1 |
Onbekend | 1,3 |
Leningen | 1,3 |
Bijdrage aan medeoverheden | 0,8 |
Bijdrage aan zbo of rwt | 0,6 |
Bijdrage aan agentschappen | 0,3 |
Bekostiging | 0,3 |
Investering | 0,1 |
Uitvoering | 0,1 |
Bijdrage internationale organisatie | 0,1 |
Overige beleidsuitgaven | 0,03 |
Bijdrage waarborgfonds | 0,01 |
Apparaatsuitgaven | 0 |
Ontvangsten | 0 |
Garanties
Garanties en borgstellingen zijn veel gebruikte instrumenten om de kredietwaardigheid van bedrijven op peil te kunnen houden. Omdat dit een vorm van verzekeren is, leidt dat pas tot uitgaven wanneer er een beroep wordt gedaan op de garantstelling. Wel moet de minister zorgen dat het maximale bedrag in de begroting wordt verplicht. Garanties en borgstellingen worden voornamelijk afgegeven door de ministeries van EZK en Financiën.
Verplichting per garantie (top 10)
Maatregel | Bedrag |
---|---|
Herverzekering leverancierskredieten | 12,1 |
Garantie Ondernemingsfinanciering coronamodule | 10,4 |
SURE | 5,8 |
Steunmaatregelen Air France - KLM | 2,2 |
Ophoging middelen PRGT en EIB | 1,9 |
Garantie Ondernemingsfinanciering | 1,1 |
Klein Krediet Corona Garanatieregeling | 0,8 |
Verruiming Borgstelling MKB | 0,7 |
Verruiming Borgstelling MKB-Landbouw (verliesdeclaraties) | 0,2 |
Garantstelling LVNL | 0,1 |
Fiscale maatregelen
De coronacrisis heeft ook ingrijpende gevolgen voor de ontvangsten van het Rijk. Ten eerste betreft het de autonome gevolgen voor de belastingopbrengsten als gevolg van de teruglopende bedrijfswinsten, consumptie en lonen. Ten tweede hebben veel ondernemers uitstel van belastingbetaling aangevraagd en gekregen. Ten slotte heeft het kabinet specifieke fiscale maatregelen voorgesteld. De fiscale maatregelen die zijn voorgesteld, zijn in de Verzamelspoedwet Covid-19 opgenomen of worden op Prinsjesdag in het Belastingplan 2021 voorgesteld.
Wij hebben in onze overzichten de fiscale maatregelen geïnventariseerd met financiële gevolgen. De financiële omvang hiervan hebben we in ons overzicht niet opgenomen, omdat dit nog niet geheel bekend is. De verwachte gevolgen van de fiscale maatregelen zijn vermeld in diverse brieven aan de Staten-Generaal.
Uitvoerders
De uitvoering van de maatregelen is belegd bij verschillende organisaties. Deels bij organisaties die onderdeel zijn van de rijksoverheid (zoals RVO), deels bij instellingen op afstand (bijvoorbeeld UWV), bij gemeenten of bij private organisaties zoals banken en kredietverzekeraars. De wijze waarop de maatregelen worden uitgevoerd is van belang voor de manier waarop de publieke verantwoording over de besteding van de gelden plaatsvindt. Onderstaande figuur laat zien dat een behoorlijk deel van het geld (RWT, gemeente) niet door de minister zelf wordt uitgegeven. In het geval van een rechtspersoon met een wettelijke taak (RWT) is het de verantwoordelijkheid van de minister om toezicht te houden op de desbetreffende organisatie. Ook heeft hij wettelijke bevoegdheden om informatie te verzamelen om zo het parlement te kunnen informeren. In het geval van de gemeenten heeft de minister – behalve bij specifieke uitkeringen – een beperkte verantwoordelijkheid.
Bedrag per soort uitvoerder
Soort uitvoerder | Bedrag |
---|---|
Rwt | 23,3 |
Gemeente | 6,1 |
Agentschap | 5,4 |
Overig | 3,7 |
Rijksoverheid | 2,3 |
Onbekend | 1,8 |
Medeoverheid | 0,3 |